Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
Voor Descartes wijst het cogito op een vorm van onmiddellijke zelfgegevenheid die niet samenvalt met de manier waarop ik een beeld van mezelf probeer te hebben of over mezelf denk. Er heerst een dissociatie tussen de voorstelling die ik van mezelf heb en het besef als zodanig van het 'factum' bewust te zijn. Ik beslis misschien nog over datgene wat ik me wil voorstellen, maar niet over het feit dat deze voorstellingen bewust zijn. Ik onderga dit bewustzijn als een kloof die me van de wereld, de ander en mezelf scheidt. Het cogito is daarom het wezen zelf van de vrijheid. Als vrijheid het zijn van het bewustzijn is, zegt Sartre, moet het bewustzijn bestaan als bewustzijn van vrijheid. Maar is inmiddels niet gebleken dat het cogito ondermijnd wordt door passies, drijfveren of door een onbewuste wil? En stelt de opaciteit van dat onbewuste de transparantie van het cogito niet in vraag? Zelfs Husserl schrijft ergens dat achter de schijnbare trivialiteit van de uitspraak ego cogito, ego sum zich grote en donkere dieptes verbergen. Ik wil in dit boek echter nagaan in welke mate die dieptes zelf al niet uitdrukkingen zijn van het cogito, en ik ga uit van de gedachte dat wat mij als subject bedreigt minder datgene is wat aan mijn denken ontsnapt, dan mijn bewustzijn zelf. De gangbare kritieken op het cogito gaan immers terug op een verwarring tussen het bewustzijn zelf en de kennis die ik van mezelf als subject heb, verwarring tussen wat Sartre noemde een absoluut en een egologisch bewustzijn. Misschien wordt het vervolgens mogelijk om juist vanuit die onderscheiding een vorm van opaciteit bloot te leggen die niet louter het ego, maar het bewustzijn zonder meer treft.