Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Bedankt voor het vertrouwen het afgelopen jaar! Om jou te bedanken bieden we GRATIS verzending (in België) aan op alles gedurende de hele maand januari.
Afhalen na 1 uur in een winkel met voorraad
In januari gratis thuislevering in België
Ruim aanbod met 7 miljoen producten
Bedankt voor het vertrouwen het afgelopen jaar! Om jou te bedanken bieden we GRATIS verzending (in België) aan op alles gedurende de hele maand januari.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
In dit vijfde deel van de dagboeken van J.J. Voskuil, De bodem van het bestaan, krijgt de schrijver zijn jeugdige élan terug. Eind 1976 raakt hij in de ban van Mirjam Lucassen, een nieuwe ondergeschikte van amper 21 jaar. Zijn gevoelens voor haar vergelijkt hij met die voor Lousje Haspers en Suze Wiardi Beckman, zijn twee grote liefdes. Hij weet echter niet meer wat hij denken moet als Mirjam wordt gearresteerd in verband met een explosief bij een showroom van de Duitse auto-importeur Autopon in Amsterdam, dat daar is geplaatst direct na de dood van Ulrike Meinhof. Als Voskuil beseft dat hij Mirjam 'niet houden kan' raakt hij zwaar gedeprimeerd.
Thuis nemen de spanningen toe. De ruzies met Lousje ontsporen. Voskuil voelt zich een hond die telkens in zijn hok wordt getrapt als hij daar voorzichtig uit probeert te kruipen. In deze ellende, op de bodem van zijn leven, ziet hij de zin van zijn dagboek niet meer. Van eind 1977 tot begin 1980 schrijft hij geen letter meer, om uiteindelijk de pen toch weer op te nemen. Want een leven zonder schrijven is voor hem nog verschrikkelijker dan geboekstaafde rotzooi. 'Schrijven, dat is het, een kleine wereld, geheel voor jezelf.'