Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
In ons magazine zetten we boeken in de schijnwerpers, van tijdloze klassiekers tot nieuwe parels. We laten recensies en aanbevelingen op jou los, die je helpen bij het vinden van jouw volgende literaire metgezel. We interviewen ook auteurs om jou inzicht te geven in hun creatieve proces, de inspiratie achter hun verhalen en de betekenis die hun werk heeft voor lezers over de hele wereld.
Dus neem een tas koffie, nestel je in je favoriete zetel en laat je meevoeren door Standaard Boekhandel MAGAZINE, waarin de liefde voor boeken en verhalen centraal staat. We hopen dat dit magazine jou zal inspireren, informeren en betoveren.
Standaard Boekhandel MAGAZINE n°06 - zomer 2025
Welkom in ons zomermagazine waarin we je, naar goede gewoonte, verwennen met de beste leestips om er een (ont)spannende zomer van te maken. Plan jij deze vakantie ook lekker veel te lezen, maar ontbreekt het je voorlopig aan inspiratie? Tussen onze selectie romans, thrillers, young adult en non-
fictie vind je gegarandeerd je ideale reisgezelschap. Profiteer daarbij zeker van onze zomerse 2+1-actie: sla eindeloos aan het combineren tussen meer dan 200 titels, elk derde boek krijg je er van ons gratis bij.
Daarnaast ontdek je in dit magazine de beste pageturners voor aan het zwembad, reis je de wereld rond in 9 prachtige romans en zorgen we er met onze leukste doeboeken en reisspelletjes voor dat je kroost zich geen moment verveelt onderweg (geen dank!). À propos: dit magazine leent zich trouwens ook uitstekend voor een luie siësta in de zon: lees de fijne gesprekken die we hadden met TikTok-sensatie Timon Verbeeck, auteur met wereldfaam Isabel Allende en Annet Schaap, bekend van het prachtige ‘Lampje’ en ‘Krekel’. Of ontdek jouw summer read in onze zwoele zomerhoroscoop.
Veel leesplezier!
Veerle De Witte, CEO Standaard Boekhandel
Twee meesters, twee hommages
Morjaeu en Van Loock eren Vandersteen en Nys
Ter gelegenheid van 70 jaar Jommeke en 80 jaar Suske en Wiske brengen Luc Morjaeu en Gerd Van Loock elk een eigen hommage aan twee grootmeesters van de Vlaamse strip. Morjaeu, jarenlang de hoofdtekenaar van Suske en Wiske, eert Willy Vandersteen met 'De anonieme Alchemist', een spannend avontuur dat teruggrijpt naar de mysterieuze en fantasierijke sfeer van de vroegere verhalen. Van Loock, die vandaag nog steeds tekent voor Jommeke, brengt hulde aan Jef Nys met 'Trammelant in het Verkeerde Land'. In dit album keert hij terug naar het mythische Verkeerde Land, het decor van een van Nys’ eigen favoriete albums, voor een gloednieuw avontuur vol humor en verwarring. Beide tekenaars zetten zo hun bewondering om in creatie, en houden de geest van hun voorgangers springlevend.
Luc Morjaeu over zijn Suske en Wiske-hommagealbum 'De anonieme alchemist'
‘Een diefstal van gravures van Breugel uit het kasteel van Marnix Van Sint-Aldegonde is het begin van een avontuur dat Suske en Wiske tot in Fantasia brengt. Daar moeten ze een alchemist proberen tegen te houden die van plan is de bron van Fantasia te vergiftigen. Want dan zou Fantasia ophouden te bestaan. Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik en Jerom beginnen aan een tocht waarin ze heel wat oude bekenden tegenkomen. Maar niet iedereen heeft het goed met hen voor en de verbeterde versie van de ‘teledresser’ helpt ook niet altijd.
In het album spelen veel figuren mee die ik kende uit mijn jeugd. Om er maar enkele te noemen, uit verschillende periodes: van de Vetten en de Mageren uit Op het eiland Amoras tot de bosgeesten uit De nerveuze Nerviërs en van Pamoras uit De kwakstralen tot Antanneke uit De zeven snaren. Ik citeerde hierbij graag en veel uit de teksten en tekeningen van Willy Vandersteen.’
Gerd Van Loock over 'Trammelant in het Verkeerde Land'
‘Avond. We zien Jommeke en Flip heerlijk dutten terwijl buiten de regen naar beneden plenst. Naast en op het bed liggen Jommekes-albums kriskras door elkaar. Ook enkele albums van Langteen en Schommelbuik zijn duidelijk te zien. Eén Jommekes-album springt het meest in het oog: album 21, Het Verkeerde Land. Duidelijk het album waarmee onze held in slaap is gevallen …
Plots schiet een pijl met stompe punt door het raam met redelijk wat tumult tot gevolg. Verbaasd kijken onze wakker geschoten vrienden door het raam naar beneden. Daar staat een totaal uitgeregende Jan Soldaat bovenop een even doorweekte oude knol.
Die gebiedt Jommeke om dringend en op bevel van de koning naar het Verkeerde Land te komen. Om de reis te bespoedigen nemen ze samen plaats op het rijdier en rijden ze tot diep in de nacht tot aan de poort van het koninklijk slot.
Daar treffen ze de koning aan in alle staten. Zijn geliefde gemalin is sinds enkele dagen verdwenen tijdens een van haar uitstapjes in het bos. Jommeke stelt een superteam samen om haar te zoeken. Maar zit de boosaardige roofridder Baldafoer niet achter de verdwijning van de koningin?’
Wedstrijd: Teken je eigen eerbetoon aan je favoriete stripheld!
Ben jij ook zo'n fan van Suske en Wiske en/of Jommeke? Laat je creativiteit zien en stuur jouw tekening naar Standaard Uitgeverij!
Hoe deelnemen?
Stuur je tekening vóór 18 augustus 2025 op. Vermeld je naam, leeftijd en e-mailadres naar onderstaand adres:
Standaard Uitgeverij
Ter attentie van wedstrijd
Franklin Rooseveltplaats
2060 Antwerpen
Prijzen
Standaard Uitgeverij kiest 6 winnaars en maken dit bekend op 25 augustus 2025. De winnaars zullen persoonlijk gecontacteerd worden. De winnaars ontvangen: Suske en Wiske: 'De anonieme Alchemist' én Jommeke: 'Trammelant in het Verkeerde Land'. Veel tekenplezier en succes!
Timon Verbeeck zet zijn TikTok-volgers aan het lezen met ‘Project D.I.N.O.’
Timon Verbeeck zet zijn TikTok-volgers aan het lezen met ‘Project D.I.N.O.
Met meer dan een miljoen volgers is Timon Verbeeck een van de populairste TikTok-sterren van ons land. Kinderen zijn dol op zijn knotsgekke grappen, zijn flashy rode pakje en – sinds vorig jaar – zijn boek ‘Operatie T.O.I.L.E.T.’. Wegens groot succes krijgt dat boek in september een vervolg, ‘Project D.I.N.O.’.
Of is ‘Project D.I.N.O.’ niet echt een sequel op je eerste boek?
“Nee, want ik wou dat kinderen die ‘Operatie T.O.I.L.E.T.’ nog niet gelezen hebben, het verhaal ook kunnen volgen. Het enige personage dat terugkeert is Timon zelf. Voor de rest heb ik een compleet nieuw avontuur, met nieuwe personages, verzonnen. Persoonlijk vind ik ‘Project D.I.N.O.’ nog leuker dan ‘Operatie T.O.I.L.E.T.’, want Timon beleeft nog meer zotte avonturen: tijdreizen, dinosaurussen, stoptreinen… Je kan het zo gek niet bedenken of het zit in het boek.”
‘Operatie T.O.I.L.E.T.’ werd een echte bestseller. Droomde je er al langer van om een boek te schrijven?
“Toen de uitgeverij me uitnodigde om het eens te hebben over een eigen boek, was ik wel meteen enthousiast. Zo enthousiast zelfs, dat ik op de trein terug naar huis meteen de eerste drie hoofdstukken heb geschreven. ’t Was een beetje een kinderdroom die in vervulling ging. Als kind was ik verzot op lezen. In onze bibliotheek was ik lid van de kinderjury, waarvoor ik minstens twee boeken per maand las. Maar ook thuis zat ik voortdurend te lezen of zelf verhalen te tokkelen op mijn computer. Als mensen me vroegen wat ik later wilde worden, antwoordde ik: ‘Schrijver, YouTuber en kreeftenvisser’. Twee van die jobs kan ik al afvinken, nu die laatste nog.” (lacht)
"Mijn boek barst van de grappen, zodat ook kinderen die het gewend zijn om eindeloos te scrollen, niet afhaken”
Zijn je boeken gericht op het publiek dat jou kent van TikTok en YouTube?
“Het boek zit wel vol van het soort onnozele humor dat je ook op mijn TikTok-kanaal vindt. En met ‘vol’ bedoel ik echt ‘vol’: om de drie zinnen wou ik er een goede grap in smokkelen, zodat ook kinderen die het gewend zijn om eindeloos te scrollen niet zouden afhaken. Mijn fameuze rode pakje speelt ook een belangrijke rol in het eerste boek, maar er is één groot verschil. In mijn boeken is er nog geen sprake van het internet. Zowel in ‘Operatie T.O.I.L.E.T.’ als ‘Project D.I.N.O.’ ben ik er twaalf en toen bestond er nog geen TikTok of Instagram.”
Je hebt ondertussen een gigantische fanbase opgebouwd. Vooral kinderen zijn verzot op je humor.
“Ja, nochtans dacht ik bij mijn eerste filmpjes niet: ‘Dit ga ik nu eens voor kinderen maken’. Ik heb blijkbaar gewoon de humor van een achtjarige. (lacht) Op straat merk ik het meteen als een jongetje of meisje me herkent, dan zie je hen met grote ogen kijken. Al wil ik helemaal niet dat ze me als een soort superheld zien. Integendeel, de boodschap van mijn filmpjes – en mijn boeken – is net dat het oké is om gewoon jezelf te zijn. De meeste grapjes gaan erover dat ik weinig vrienden heb of me ongemakkelijk voel bij meisjes. Op sociale media krijgen jongens al genoeg te horen dat ze stoer of gespierd moeten zijn. Ik wil laten zien dat dat niet altijd hoeft. Op school was ik zelf niet zo populair, dus besloot ik de grapjas te gaan uithangen. Zo vond ik toch mijn plaats binnen de klasgroep. Eigenlijk gebruik ik humor vandaag nog steeds als een schild: ik zet mezelf voortdurend voor schut, zo kunnen anderen dat al niet meer doen."
“Mijn boodschap? Het is oké om gewoon jezelf te zijn”
Sommige ouders maken zich zorgen over de slechte invloed van sociale media op hun kinderen. Terecht, denk je?
“Ik denk wel dat kinderen beter niet te vroeg met sociale media beginnen en dat ouders ook later best nog een oogje in het zeil houden. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat sociale media ook hun positieve kanten hebben. Alles wat ik nu zelf doe met mijn filmpjes – schrijven, filmen, grappen maken - heb ik geleerd op sociale media. Wist je trouwens dat een van de grootste Vlaamse TikTok-accounts dat van Karrewiet (het jeugdjournaal van de VRT, red.) is? Fake news is een probleem, maar kinderen vinden ook vlotter dan ooit de weg naar betrouwbare nieuwskanalen.”
Hoop je dat je online volgers, dankzij jouw boeken, misschien wat vaker gaan lezen?
“Zeker. Ik ben fier op mijn filmpjes, maar op mijn boeken ben ik pas echt trots. Met ‘Operatie T.O.I.L.E.T.’ was het expliciet mijn bedoeling om kinderen, die me kennen van TikTok, te overtuigen om eens een boek vast te pakken. Het lijkt erop dat dat gelukt is, want ik krijg regelmatig enthousiaste berichtjes van kinderen én van hun ouders. ‘Mijn zoon heeft nog nooit een boek uitgelezen, maar ‘Operatie T.O.I.L.E.T.’ heeft hij al drie keer verslonden.’ Een mooier compliment kan ik me niet inbeelden.”
TUSSEN DE REGELS
Welk boek las je als kind het liefst?
“Zonder twijfel de Harry Potterboeken. Die verhalen zijn voor mij pure jeugdnostalgie. Ik was precies zo oud als Harry, Ron en Hermelien toen ik de boeken voor het eerst las, dus het voelt echt alsof ik samen met hen ben opgegroeid.”
Stel dat je moest kiezen tussen televisie of TikTok, wat wordt het dan?
“Ik vind het leuk dat ze me vragen voor al die tv-programma’s. ‘De slimste mens’ was zelfs een droom die uitkwam, maar ik heb niet de ambitie om een fulltime ‘televisiegezicht’ te worden. Mijn online werk blijft mijn eerste en grootste passie.”
Hoe ontspan je na een lange dag?
“Door in bad te gaan of mijn kat te aaien. Het liefst zou ik die twee activiteiten combineren, maar mijn kat is helaas bang van water.” (lacht)
In ‘Het skelet in de Hanengang’ onderzoekt Thomas Berg een 100 jaar oude moordzaak
Fans van de Thomas Berg-thrillers mogen zich in de handen wrijven. ‘De drogreden’, het 19de boek in de succesvolle reeks van auteur Jo Claes, is nog maar net verschenen of daar ligt alweer een nieuwe Berg in de winkel.
Doorgaans schrijf ik slechts één Berg per jaar maar af en toe permiteer ik mezelf een ‘tussen-Berg’, die chronologisch buiten de reeks valt. Een bevriende boekhandelaar had me gevraagd om dit verhaal te schrijven, al twijfelde ik in het begin. Tot ik merkte dat pal tegenover de plaats delict een standbeeld stond, waarvan de figuur ook nog eens naar de plaats van de moord wees. Toen wist ik dat ik mijn volgende coverbeeld beet had - en moest ik het verhaal wel schrijven.” (lacht)
Uw nieuwe roman draait rond een zogenaamde cold case, een moord die nooit opgelost geraakte.
“Ja, het leek me een uitdaging om een moord op te lossen waarvan niet alleen het slachtoffer, maar ook de dader, getuigen en alle andere betrokkenen al lang dood zijn. Het gaf me ook de gelegenheid om in de rijke geschiedenis van Leuven te duiken. De moord vindt plaats tijdens WOI. In 1914, de Duitse bezetting was nog maar net begonnen, is er in Leuven iets gebeurd waarover de hele wereld schande sprak. Enkele Leuvenaars hadden op de Duitse soldaten geschoten - of dat dacht men toch. Eigenlijk waren het de Duitsers zelf die zich hadden vergist en op hun eigen landgenoten hadden geschoten. Die Duitsers hebben toen op een verschrikkelijke manier wraak genomen op Leuven: honderden huizen werden in brand gestoken, waarbij de inwoners levend verbrandden, en honderden mensen werden gefusilleerd op het stationsplein.”
“Het leek me een uitdaging om een moord op te lossen waarvan niet alleen het slachtoffer, maar ook de dader al lang dood is” — Jo Claes
Laat u zich wel vaker door waargebeurde feiten inspireren voor uw verhalen?
“Niet per se, mensen komen soms wel een verhaaltip aandragen: ‘Waarom schrijf je eens geen boek dat zich in een ziekenhuis afspeelt, Jo?’. Goedbedoeld hoor, maar ze beseffen vaak niet dat, als je een misdaadplot uitdrukt in pakweg een meter, zo’n plaats delict maar een luttele twee millimeter beslaat. Een goede misdaadplot bedenken is geen sinecure. Op de laatste bladzijde moeten alle puzzelstukjes perfect in mekaar vallen.”
Vorig jaar won u eindelijk de Hercule Poirot-prijs voor de beste misdaadroman. Was u daar blij mee?
“Ik had de hoop al stiekem opgegeven, maar het deed me zeker iets. Misdaadromans krijgen vaak het verwijt dat ze niet van hetzelfde literaire niveau zijn als ‘gewone’ romans. Met mijn Berg-romans probeer ik dat vooroordeel de wereld uit te helpen. Ik ben blij dat die inspanning nu ook door de jury van de Hercule Poirot-prijs erkend is.”
Isabel Allende keert in ‘Mijn naam is Emilia del Valle’ terug naar Chili, haar vaderland.
Ook op haar 82ste staat er nog steeds geen rem op Isabel Allende. Haar historische roman ‘Mijn naam is Emilia del Valle’, over een moedige journaliste die verslag uitbrengt van de Chileense burgeroorlog eind 19de eeuw, is opnieuw een pareltje.
Het leven van hoofpersonage Emilia vertoont opvallend veel gelijkenissen met het uwe. Toeval?
“Ze is inderdaad ook journaliste en schrijfster en heeft, net als ik, geen enkele band met haar biologische vader. Nochtans dacht ik echt niet aan mezelf toen ik Emilia verzon, dat zweer ik! Ik denk dat alle schrijvers zich nu eenmaal laten inspireren door hun eigen ervaringen en de mensen die ze onderweg ontmoeten.”
U heeft, net als Emilia, enkele jaren als journaliste gewerkt. Mist u die tijd soms?
“Niet echt, want eigenlijk was ik helemaal niet zo’n goede journaliste. Ik hield me te weinig aan de feiten en had veel te veel fantasie. Maar alles wat ik in de journalistiek heb geleerd, komt vandaag nog steeds van pas bij het schrijven van mijn romans. Hoe je research doet, hoe je een tekst vormgeeft en vooral: hoe je de aandacht van de lezer van het begin tot het einde vasthoudt.”
“Ik was niet zo’n goede journaliste: ik hield me te weinig aan de feiten en had veel te veel fantasie” —Isabel Allende
Emilia is – zeker voor haar tijd - een sterke, onafhankelijke vrouw, wat haar lang niet door iedereen in dank wordt afgenomen.
“Emilia kiest er op een bepaald moment bewust voor om een ‘slechte vrouw’ te zijn, want goede vrouwen werden in haar tijd gewoon vergeten door de geschiedenis. Dat herken ik wel. Ik wilde ook dat mijn dochter meer kansen in het leven zou krijgen en heb daar hard voor gevochten.”
Ook als schrijfster heeft u lang moeten vechten voor uw plaatsje tussen de mannelijke auteurs.
“Ja, toen ik begon met schrijven zei mijn uitgever: ‘Isabel, je zal twee keer zoveel moeite moeten doen als je mannelijke collega’s om maar de helft van hun succes te kennen’. Dat bleek niet gelogen. (lacht) Gelukkig krijgen vrouwelijke schrijvers vandaag al meer aandacht dan vroeger. Al zijn we er volgens mij nog lang niet…”
Annet Schaap keert in ‘Krekel’ terug naar de wondere wereld van ‘Lampje'
Hoe doe je dat, aan een tweede boek beginnen nadat je debuut door iedereen de hemel in werd geprezen? Auteur Annet Schaap hield het hoofd koel, keerde terug naar het universum van ‘Lampje’ en schreef met ‘Krekel’ opnieuw een wonderlijk sprookje dat jong en oud bekoort.
Het publiek heeft uw tweede roman alweer helemaal in de armen gesloten, net zoals ‘Lampje’ destijds. Doen die positieve reacties deugd?
“Ik zou liegen als ik zei dat die me onverschillig laten, ja. Was het niet de Nederlandse cabaretier Wim Kan die ooit zei: ‘Ik lees geen recensies, ik spel ze’? Dat heb ik dus ook. (lacht) Ik volg de reacties op mijn werk altijd nauwgezet op. Bij ‘Krekel’ had ik ook echt niet verwacht dat mensen zo lovend zouden zijn, ik dacht dat iedereen het minder goed zou vinden dan ‘Lampje’. Het doet extra deugd omdat ik op dit boek ook weer lang heb zitten zwoegen, zeker een paar jaar. Ik was er nochtans al kort na de publicatie van ‘Lampje’ aan begonnen, maar door alle aandacht voor dat boek liep het schrijfproces vertraging op. Ik vond het deze keer ook gewoon moeilijker, alsof alle lezers van ‘Lampje’ nu kritisch over mijn schouder stonden mee te lezen."
“Ik geloof dat de beste kinderboeken altijd een breder publiek kunnen aanspreken, ook volwassenen” — Annet Schaap
‘Krekel’ is losjes gebaseerd op het sprookje ‘De zes zwanen’, over een meisje dat zes hemden moet breien van brandnetels voor haar betoverde broers én zes jaar lang niet mag lachen of spreken. Waarom koos u net voor dat sprookje?
“In dat verhaal zitten veel elementen die me mateloos intrigeren. Vooral Eliza, het zusje, heb ik altijd interessant gevonden, omdat ze als meisje vooral heel stil moet zijn en zich moet opofferen voor haar grote broers. Tegelijk wil ze zelf niets liever dan vrij en ongebonden zijn, zoals haar broers dat vroeger waren. Dat laatste herken ik, want ik was als kind ook een heel jongensachtig meisje. Als ik met mijn jongere zus bijvoorbeeld een toneeltje speelde, eiste ik altijd de rol van de jongen op – de prins, de held, Jezus ... (lacht) De stoere, avontuurlijke rollen waren nu eenmaal voor de jongens weggelegd, als meisje moest je er vaak maar gewoon braaf bijstaan. Dat strakke rollenpatroon is vandaag gelukkig al veel versoepeld. Nu lijkt het soms zelfs alsof de meisjes aan zet zijn in onze maatschappij en de jongens net achterop hinken: meisjes doen het beter op school, ze hebben minder gedragsproblemen… Toch blijft het belangrijk dat meisjes weten dat ze net zoveel kunnen in het leven als jongens. Op veel plaatsen in de wereld krijgen meisjes die boodschap nog niet mee, dus we hebben nog een hele weg af te leggen.”
Zowel ‘Krekel’ als ‘Lampje’ worden ook gretig gelezen door volwassenen. Is het hokje van ‘kinderliteratuur’ eigenlijk niet te krap voor u?
“Nee, want ik hou heel erg van kinderboeken, in dat universum voel ik me helemaal thuis. Ik geloof ook dat de beste kinderboeken altijd een breder publiek kunnen aanspreken, ook volwassenen dus. In mijn boeken laat ik zowel kinderen als volwassenen aan bod komen, omdat ik geboeid ben door de relatie tussen die twee leeftijdsgroepen. Als jonge tiener las ik zelf trouwens ook het liefst kinderboeken waarin veel volwassenen rondliepen. Sowieso was ik als kind al dol op lezen. In alle mooie herinneringen uit mijn jeugd komt steevast een boek voor. Zo’n verhaal dat je tot aan je kruin vult met avontuur, fantasie, verlangen… Heerlijk vond ik dat. Dat is ook de reden waarom ik zelf ben gaan schrijven, omdat ik dat verlangen om in een verhaal te leven nooit helemaal ben kwijtgeraakt. Het heeft alleen eventjes geduurd eer die schrijver in mij klaar was om zichzelf te tonen. Ik werkte al veel langer als illustrator, maar zelf schrijven was mijn stiekeme, echte droom. Uiteindelijk is het er pas na mijn vijftigste van gekomen, maar dat vind ik niet erg. Mooie dingen hebben soms wat meer tijd nodig om te rijpen.”
Wist je dat ongeveer 1 op de 10 mensen last heeft van PDS of ‘prikkelbaredarmsyndroom’? Het is maar één van de vele interessante feiten uit ‘Prikkelbare darmen verlichten’, het nieuwe e-book van topdokter Danny De Looze.
Hoe herken je PDS precies?
“Het belangrijkste symptoom van PDS is een vervelende buikpijn, die vaak opkomt na de maaltijd en meestal betert nadat je naar het toilet bent gegaan. De pijn wordt veroorzaakt door een overgevoeligheid aan de darmen - en meer specifiek voor de oprekking van de darmen. De pijnklachten kunnen gepaard gaan met winderigheid, constipatie of net diarree. Een stresskakje, dat overkomt iedereen weleens. We spreken pas van PDS als je vaker last hebt van buikpijn en andere stoelgangklachten.”
“Vroeger kregen patiënten vaak te horen dat de pijn tussen hun oren zat. Gelukkig wordt PDS vandaag wel ernstig genomen” — Danny De Looze
Zit het aantal mensen dat last heeft van PDS in de lift?
“Nee, dat lijkt misschien zo, maar eigenlijk blijven de cijfers al jarenlang constant. De aandoening krijgt vandaag natuurlijk veel meer aandacht in de media. Ook aan medische zijde wordt PDS tegenwoordig veel ernstiger genomen, gelukkig maar. Vroeger kregen patiënten vaak te horen dat hun klachten onbehandelbaar waren. Of erger nog, dat de pijn gewoon tussen hun oren zat. Ondertussen weten we dat de klachten van PDS helemaal niet ingebeeld zijn.”
PDS valt dus wel degelijk te behandelen?
“Ja, zo’n 75% van de patiënten kunnen we vandaag van hun klachten afhelpen. De behandeling is wat we noemen ‘symptomatisch’: we kunnen wel de symptomen wegnemen, maar niet de oorzaak, want die kennen we niet. De meeste patiënten met PDS helpen we door hun voedingsgewoonten aan te passen. Dan hebben we het natuurlijk over het befaamde FODMAP-dieet. Daarbij zoeken we samen naar een beter evenwicht in de voedingsmiddelen die de darm gaan oprekken, zoals fruit en groenten. Zo’n aangepast dieet maakt vaak al een wereld van verschil.”
Tekenaar David Etien over 'Van ijs en vuur', een nieuw album in de Thorgal Saga
Tekenaar David Etien over 'Van ijs en vuur', een nieuw album in de Thorgal Saga
Thorgal Saga, de spin-offreeks van Thorgal, is op korte tijd een keurmerk geworden. Aan diverse auteurs wordt gevraagd een eigen verhaal te bedenken met als enige voorwaarde dat het moet passen in de wereld van Thorgal. Dat leverde al parels op zoals Vaarwel Aaricia door Robin Recht, Wendigo door Corentin Rouge en Fred Duval, en Shaïgan, door Roman Surzhenko en Yann.
‘Sneeuw tekenen is echte ontspanning’
In het voorjaar van 2025 verschijnt 'Van ijs en vuur', een vierde album in de Thorgal Saga. En weer stond er een topteam klaar om de wereld van Thorgal te verrijken. Scenaristen Olivier Legrand en Jean-Blaise Djian en tekenaar David Etien werkten al eerder samen aan de fantastische serie De Vier van Baker Street, maar zomaar van het victoriaanse Londen naar de poorten van het ijzige Niflheim switchen, dat lijkt ons toch niet zo evident. Hoe doe je dat? We vroegen het aan David Etien.
DRIE JAAR
Het lijkt me een grote eer om een Thorgal Saga te mogen tekenen. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen?
David Etien: Mathias Vincent, mijn redacteur bij Le Lombard, had me al in 2020 gecontacteerd over dit project. Maar op dat moment was ik nog volop bezig met het tekenen van 'Op Zoek naar de Tijdvogel – Voor de Zoektocht', 'De Vier van Baker Street' en 'Rommelgem'. Werken aan een Thorgal Saga kon ik toen niet in mijn drukke schema inlassen. Bovendien kende ik de wereld van Thorgal niet erg goed en had ik het gevoel dat ik niet het recht had om dit universum aan te pakken. Dus zei ik tegen Mathias dat hij me over drie jaar maar eens moest terugbellen, in de veronderstelling dat hij het project aan anderen zou aanbieden en mij zou vergeten.
Maar nee, in 2023 belde hij me opnieuw. Ik voelde dat hij heel graag wou dat ik een Thorgal Saga zou maken en stemde ermee in. Ik stelde voor dat Olivier Legrand en Jean-Blaise Djian (de auteurs van De Vier van Baker Street) dan het scenario zouden schrijven.
Je hebt al een paar klassieke stripfiguren – Rommelgem, Idefix – getekend, wat maakt Thorgal zo speciaal?
Thorgal is in alle opzichten een held. Hij lijkt geen ondeugden of duistere kanten te hebben. En hij is een personage dat vooral lijdt door wat hem overkomt.
SNEEUW
In 'Van ijs en vuur' moet Thorgal een bovennatuurlijke storm overwinnen, maar ook het 'Magisch Vuur uit Muspelheim' – de hel – halen om Fimbulvinter, de eeuwige winter te voorkomen. Alleszins een boeiend gegeven. Had je enige inspraak in het verhaal?
Ja en nee: ik stel dingen voor, maar ik heb een groot vertrouwen in de scenaristen. Bij dit album moest ik niet veel voorstellen, ik vond het scenario perfect.
Wat was de grootste uitdaging bij het tekenen? Is het bijvoorbeeld niet heel moeilijk om zoveel scènes in besneeuwde landschappen te tekenen ;-)?
Integendeel, het is een leuke afwisseling tussen die victoriaanse setting en die eindeloze perspectieven. Sneeuw tekenen is genieten, pure ontspanning. Je kan recht naar de essentie gaan met je composities. Soms worden die dan heel grafisch, maar ook heel krachtig.
EEN JONGENSDROOM
Welke scène vond je het leukst om te tekenen?
Allemaal. Ik zou zelfs zeggen dat mijn scenaristen het verhaal hebben geschreven waarvan ik droomde toen ik jonger was: stormen op zee, uitbarstende vulkanen, zwaardgevechten, reuzenwolven, monsters van ijs en vuur, zelfs een draak ...
Welke vijf mensen hebben jou en je werk eigenlijk beïnvloed? Het mogen ook andere mensen dan striptekenaars zijn.
Ik zal het toch bij strips houden. Als ik auteurs moet noemen die mijn werk hebben beïnvloed, zijn dat zeker Franquin, Toriyama, Loisel, Frezzato, J. Scott Campbell en Boucq. Maar er zijn er nog zoveel andere.
THORGAL SAGA 4
VAN IJS EN VUUR
Tijdens een bovennatuurlijke storm strandt Thorgal op een ijzige kust. Daar ontdekt hij dat de Fimbulvinter, de legendarische winter die het einde van de wereld inluidt, nabij is. Om zijn volk te redden en de dreiging een halt te roepen, moet hij doordringen in het hart van het koninkrijk der reuzen en de vlammen van Muspelheim trotseren. Samen met zijn mysterieuze en gevaarlijke gezellin, de tovenares Vakva, dochter van de koningin-tovenares van het eiland Rijm, gaat hij op zoek naar het Magische Vuur waarmee hij de eeuwige winter kan voorkomen.
De nieuwe de Kiekeboes? Zelfs Moemoe en Mevrouw Stokvis lossen er voorlopig niks over!
‘De nieuwe de Kiekeboes? Zelfs Moemoe en Mevrouw Stokvis lossen er voorlopig niks over!’
Een kennismaking met scenarist Mike Beyers
De familie Kiekeboe wandelend door een bos terwijl er stiekem Wollebollen rondlopen. Zo eindigde Seizoensfinale, het 164ste en laatste album van de Kiekeboes door stripauteur Merho. Drie nieuwe avonturen van de Kiekeboes volgden, met als auteurs Nix en Charel Cambré, en met een hoofdrol voor Fanny.
Maar op 8 januari kwam er verrassend maar oh zo fantastisch nieuws: De Kiekeboes gaan verder met de klassieke reeks. Er komt dus een album 165, Camping Vital, en volgende! Tekenaar Charel Cambré schuift met zijn tekenstijl iets meer op naar de klassieke albums en new kid in town is scenarist Mike Beyers. Hoog tijd dus voor een kennismaking!
WIT KONIJN
Mike, wat een verrassend nieuws, kan je vertellen hoe dit idee ontstaan is?
Mike Beyers: Toen Merho op zoek was naar een nieuwe scenarist voor de heropstart van de vertrouwde De Kiekeboes-reeks, is hij via via bij mij beland. Ik werk al jaren als copywriter – ook een schrijvend beroep met een sterke creatieve insteek – en ik heb daarnaast een grote passie voor strips.
Tijdens een kennismakingsgesprek met Merho klikte het alvast. Vervolgens schreef ik een synopsis voor een de Kiekeboes-verhaal, dat hem aangenaam verraste. Hij stelde een samenwerking voor en zo belandde ik dus bij Standaard Uitgeverij.
Voor sommigen ben ik misschien een ‘wit konijn’ in de Vlaamse stripwereld, zeker in vergelijking met gevestigde scenaristen. Maar ‘storytelling’ is ook cruciaal in de communicatiewereld. Daar moet je je doelpubliek ook meenemen in een aantrekkelijk verhaal, weliswaar met een heel andere doelstelling. Maar wees gerust: dit betekent zeker niet dat er vanaf nu aan ‘product placement’ zal worden gedaan in de reeks.
Omschrijf jezelf eens in 3 woorden?
Levendige verbeelding, quizzer-vol-nutteloze-weetjes, onpraktisch.
EEN KINDERDROOM
Merho's schoenen zijn groot om te vullen. Geen koudwatervrees?
Ik ben me zeker bewust van de Kiekeboes-erfenis. En ik weet dat meteen debuteren met Vlaanderens meest verkopende strip niet vanzelfsprekend is. Maar eigenlijk vind ik het vooral superleuk om me als scenarist in het universum van de Kiekeboes onder te dompelen. Het is een kinderdroom die uitkomt.
Wat mogen we verwachten?
Hoewel Camping Vital – de titel van nr. 165 – natuurlijk al iets weggeeft, blijft het verhaal nog even een verrassing. Zelfs Moemoe en Mevrouw Stokvis lossen er voorlopig niks over. Lezers mogen zich alvast verwachten aan een meeslepend avontuur waarin heel wat nevenfiguren hun rentree maken. Met alle ingrediënten die de reeks zo uniek hebben gemaakt: spanning en mysterie, maar ook humor en grappige soapelementen. Het wordt een echte ‘comeback’ van het geliefde ‘Kiekeboes-universum’ – een ‘Kiekeback’, zeg maar.
VINGERS AAN DE POLS
Kijkt de meester zelf mee?
Uiteraard kan ik in deze fase rekenen op de steun en begeleiding van Merho zelf. Zijn advies is voor mij van onschatbare waarde. Hij geeft me heel wat tips en we brainstormen geregeld. Zo leer ik nog continu bij. Ook de samenwerking met een ervaren tekenaar als Charel Cambré is natuurlijk heel inspirerend.
Heb je er al een idee van hoe de volgende verhalen zullen evolueren?
Er liggen best al wat ideeën op de plank. Lezers mogen zich alleszins verwachten aan de terugkeer van verschillende personages. Tegelijk zullen die vertrouwde elementen in de komende albums gecombineerd worden met nieuwe ontwikkelingen of personages. Continue evolutie zit immers evengoed in het DNA van de Kiekeboes, een reeks die altijd stevig de vingers aan de pols van de tijd heeft gehouden.
MIKE BEYERS’ FAVORIETE DE KIEKEBOES
• album: Moeilijk! Ik hou wel van de albums met een hoog soapgehalte. Laat ik dus gaan voor Omtrent Oscar, omdat je daarin de ‘back story’ krijgt van de vete tussen Moemoe en Vital.
• hoofdpersonage: Charlotte, the voice of reason in het gezin Kiekeboe.
• nevenpersonage: Tomboy, al is ze stilaan een hoofdpersonage geworden – en terecht.
Daarnaast ook Van de Kasseien, the boss you love to hate.
• scène(s): De discussies tussen Moemoe en Vital – maar ook die tussen Marcel en Van Der Neffe – leveren altijd vuurwerk op.
• woordspeling: Er zijn er zoveel! Laat ik de volledige cast van Het geslacht Kinkel nemen: Ray Oeno, Ann Tendeu, France Troix, Sid Kom, Ro de Ridder en Emmy Award.
‘Het is beest… euh… ik bedoel FEEST!’ (professor Gobelijn)
70 JAAR JOMMEKE!
Een gesprek met stripauteur Dieter Steenhaut
Jommeke introduceerde zichzelf op 30 oktober 1955 in het weekblad Kerkelijk Leven als volgt: ‘Heu … ik ben Jommeke … moet hier elke week iets plezants doen … is echter mijn zorg niet … dat moet tekenaar maar klaarspelen …’ Die tekenaar was Jef Nys en hij liet zijn held Jommeke samen met kompanen Filiberke, Annemieke en Rozemieke, Flip en Pekkie vele ‘plezante’, wonderlijke avonturen beleven. Jef Nys overleed in 2009, maar zijn helden kregen nieuwe bekwame en enthousiaste vaders, en zo bleef Jommeke razend populair, al 70 jaar lang! De jongste vader van Jommeke heet Dieter Steenhaut. Hij kreeg gedurende een paar jaar een inwijding in de Jommekeskunde. In 2023 tekende hij zijn eerste Jommekesalbum.
ZUSTER PICKELS
Dieter, de aftrap van het feestjaar 70 jaar Jommeke gebeurt met het nieuwe album Spoken op school. Voor jou toch wel speciaal.
Dieter Steenhaut: 'Spoken op school' speelt zich af op ‘t Kasteelke. Dat is een uniformschool met internaat in de Vlaamse Ardennen, waar ik zelf trouwens naar school ben gegaan. Ik speelde al langer met het idee om daar een avontuur te situeren. Het 17de-eeuwse kasteel dat nog steeds bewoond wordt door nonnetjes, is uiteraard hét ideale decor. Het is de eerste keer dat ik ook aan het scenario mocht meewerken én nieuwe personages mocht bedenken, zoals Zuster Pickles … en Paul de Grande, de antiquair uit het televisieprogramma Stukken Van Mensen. Dit album maakte ik samen met Kristof Berte. We zijn een paar keer op café gegaan en na wat heen en weer pingpongen kwamen we tot dit zeer spannende verhaal. Het is aangenaam werken met Kristof, die ook aan het storyboard sleutelde en het verhaaltechnisch doet werken, met de juiste pointes en mopjes op het juiste moment. Voor dit avontuur hebben we ons laten inspireren door de sfeer uit de eerste films van Harry Potter én door de horrorfilm The Nun. Het is best wel spannend, de lezers zullen ervan smullen. ;)
Waarom blijft de wereld van Jommeke na 70 jaar nog altijd zo fascinerend, denk je?
Jommeke is tegelijk zo herkenbaar maar spreekt toch tot de verbeelding van de kinderen. De hechte vriendengroep beleeft de gekste en spannendste avonturen tot in de verste uithoeken van de wereld. Of de professor vindt wel iets uit waardoor het hele dorp besmet wordt met een of ander staartenvirus. Of plots groeien er vruchten aan de hoofden van de inwoners. De spannende elementen worden afgewisseld met humor en dat zorgt ervoor dat het nooit saai is in Zonnedorp.
DE KONINGIN VAN ONDERLAND
Je bent aan je eerste volledige album van Jommeke bezig. Wat doet dat met een mens?
Het album 'Rare vogels' dat ik tekende en dat in 2023 verscheen, was een gagalbum (met korte mopjes van een pagina). Het was de ideale lanceringsbaan om de stap te zetten naar een echt verhaal. Het is een totaal andere manier van werken. Ook bijvoorbeeld omdat ik bij dit album werk met documentatiemateriaal van bestaande locaties voor de decors en ook van bestaande mensen. De release van dit album was eigenlijk al vroeger voorzien, maar afgelopen jaar was best een moeilijk jaar. Het overlijden van mijn vader en enkele maanden later ook dat van mijn pepe hebben er stevig ingehakt. Ik ben Standaard Uitgeverij dankbaar voor de tijd die ze me gunden en dat ze in mij bleven geloven. In deze tussenperiode werkte ik aan andere projecten die iets beter behapbaar waren, zoals het prentenboek 'Duupje 4' en andere losse illustraties. Als dit album in de winkelrekken ligt, zal ik heel blij zijn, en ik kijk nu al uit naar het volgende album dat ik zal maken!
Kan je eigen accenten leggen in die wereld van Jommeke?
Het is bijzonder fijn om nieuwe personages te mogen creëren en die te implementeren in de wereld van Jommeke. Ik kan er best veel van mijn eigen creativiteit instoppen en dat geeft ook wel voldoening. Natuurlijk moet alles wel passen in het universum en moet alles vlot leesbaar zijn voor de lezers.
70 jaar Jommeke! Heb je persoonlijke hoogtepunten?
Mijn hoogtepunt als lezer is en blijft 'De koningin van Onderland'. Dat album zit zo goed in elkaar. Ook de tekenstijl is ietwat anders en vind ik heel sterk. Mijn hoogtepunt als tekenaar is heel moeilijk te kiezen. Ik heb al zoveel leuke opdrachten mogen uitvoeren dat kiezen niet evident is. Ik noem er enkele op: de tekening voor de internationale paspoorten van België ontwerpen, een Monopolyspel tekenen, een eerste eigen Jommekesalbum uitbrengen …
Suske en Wiske worden 80! Forever young!
Een gesprek met Wout Schoonis
‘Het was op een avond, in de herfst van 1943, in de Heistraat in Wilrijk. In de omgeving daverden de kanonnen van het afweergeschut. Door de hemel zinderde hevig motorengebrom. Mijn vrouw was ongerust en riep mij naar de veilige kelder ... Maar ik wist dat het nu zou gebeuren! Het kriebelde in mijn vingers ... En plots, terwijl de salvo’s donderden en de inktpotten gekke sprongetjes maakten op de tekentafel ... – hoe het kwam? – was ik bevrijd van een lange, bang gekoesterde droom. Ik was de gelukkige vader van een tweeling geworden, Suske en Wiske.’
Zo vertelde Willy Vandersteen over het ontstaan van zijn geesteskinderen Suske en Wiske in 1943. Op 30 maart 1945 verscheen de eerste strook van Rikki en Wiske in Chocowakije in de krant De Standaard. Er zouden nog veel stroken volgen.
Want kijk, in 2025, 80 jaar later, beleven Suske en Wiske nog altijd onverwachte, dolkomische en spannende avonturen en stralen ze nog altijd dezelfde vrolijke energie uit als toen.
Willy Vandersteen overleed helaas in 1990, maar na hem namen Paul Geerts, Marc Verhaegen, Luc Morjaeu, Peter Van Gucht en andere gepassioneerde stripauteurs de fakkel over.
Over de feestelijkheden rond de belangrijke verjaardag vertellen we in een volgende Stripmunk. Nu alvast een interview met Wout Schoonis, de man die in 2007 bij Studio Vandersteen begon en in 2023 de tekenpen van Luc Morjaeu overnam en hoofdtekenaar van de immer populaire stripserie werd.
EEN NIEUW SAMENGESTELD GEZIN
Wout, in dit feestjaar verschijnt het nieuwe Suske en Wiske-album 'De stenen samoerai'. Kan je ons daarover iets meer vertellen?
Wout Schoonis: “Ik vond het zelf geweldig leuk om te maken. Onze vrienden raken na een storm verzeild in het Japan van de 17de eeuw. Theofiel Boemerang is ook van de partij. Ze raken verwikkeld in een strijd tussen twee krijgsheren, daimyo Sada San en daimyo Kazuki. De slechterik van dienst is de zwaar geschminkte raadsheer Yabati, die zelf over Japan wil heersen. Hiervoor gebruikt hij magie en genereert hij een stenen samoerai om alles en iedereen mee te verpletteren.”
Als een alien plots op aarde zou landen en je zou vragen om te vertellen waar de stripreeks Suske en Wiske over gaat en waarom ze zo’n succes heeft, wat zou je dan vertellen?
“Suske en Wiske gaat over een nieuw samengesteld gezin avant la lettre, dat een positieve boodschap verspreidt in zowel het verleden, het heden als de toekomst. Avonturen met spanning, doorspekt met humor en knipogen. Omdat de mogelijkheden onbegrensd lijken, blijft de wereld van Suske en Wiske fascineren. De teletijdmachine zorgt altijd voor een mooie blik in het verleden of een eventuele toekomst. Als de teletijdmachine op stal blijft, worden er meestal hedendaags relevante thema’s aangesneden.”
EVENWICHTSOEFENING
Je bent ondertussen al bijna twee jaar hoofdtekenaar van Suske en Wiske. Wat is er voor jou veranderd?
“Veel. Tegenwoordig bestaat het eerste uur van mijn dag uit het beantwoorden van mails, de gang van zaken opvolgen en bijsturen waar nodig. Maar het fijnste is natuurlijk dat ik ook het meeste zelf kan bepalen, van voorstudie tot afgewerkt product. Het feit dat ik niet meer afhankelijk ben van andermans mening en mijn eigen criticus ben, is onbetaalbaar. In 'De stenen samoerai' merk je – hopelijk – dat ik de evenwichtsoefening tussen ‘leiden’ en tekenen beter onder de knie begin te krijgen.
Nu alles meer routine is geworden, kan ik mijn aandacht meer op het grafische aspect toespitsen.”
Heb je het gevoel dat je iets extra’s aan de wereld van Suske en Wiske kan toevoegen?
Schoonis: “De nieuwe nevenfiguren die in elk verhaal meespelen geef ik met veel plezier vorm. Misschien blijft er wel eens een personage of een slechterik plakken.”
Wat was voor jou persoonlijk het hoogtepunt in die 80 jaar Suske en Wiske?
“Dieptepunt: toen ik een jaar of 6 was, liepen er al poppen (van die verklede mensen met een megahoofd) van Suske en Wiske rond in het pretpark Bellewaerde. Maar de poppen hadden niet dezelfde schoenen aan als in de stripverhalen. Hoogtepunt: dat ik zelf kan kiezen welk schoeisel ik Suske en Wiske ‘aanteken’.”
In ‘Het laatste meisje’ worden twee vrouwen het slachtoffer van wat op het eerste
gezicht een verkeersongeluk lijkt. Alleen verdwijnt een van hen twee daarna op
mysterieuze wijze … De nieuwe Gina Harte-thriller van de Britse Carla Kovach is
een puzzel die je als lezer meteen wil beginnen te kraken.
De premisse van ‘Het laatste meisje’ is
bijzonder intrigerend. Hoe kwam u op
dat idee?
Carla Kovach: “Detectiveromans zijn eigenlijk
net puzzels. Als schrijver verstop ik allerlei
hints en afleidingsmanoeuvres in het verhaal,
die de lezer dan moet proberen op te pikken.
Aan dat puzzelelement beleef ik zelf altijd veel
plezier. Voor ‘Het laatste meisje’ bedacht ik
zelfs een soort raadsel: wat als alles bij een
politiezaak wijst op een verkeersongeluk, maar
een van de twee slachtoffers onvindbaar is?”
Detective Gina Harte heeft haar naam
niet gestolen. Zo stoer, slim en vastberaden:
een vrouw naar ons hart.
“Ja, ik denk dat veel vrouwelijke lezers zich in
haar herkennen. Gina is, net als ik, opgegroeid
in een tijd dat er nog bitter weinig over vrouwenmishandeling
werd gepraat. En er nog
minder aan werd gedaan … Ze heeft nooit een
stem gevonden om over haar eigen misbruikverleden
te praten, met alle dramatische
gevolgen vandien. Sinds #MeToo doen we het
als maatschappij al iets beter, maar er zijn nog
altijd veel vrouwen die in dezelfde situatie
zitten als Gina. Precies daarom is vrouwenmishandeling
zo’n belangrijk thema in mijn werk.
Openlijk praten over mishandeling is moeilijk,
maar wel nodig om jezelf ervan te bevrijden.”
Uw boeken zitten inderdaad vol donkere
thema’s, terwijl u me best een vrolijk en
optimistisch persoon lijkt.
“Dat is ook zo, echt waar! Thrillers zijn gewoon
fijn, omdat ze de donkerste kantjes van onze
menselijke soort in de spotlight zetten.
Iedereen heeft al weleens iets gemeens over
een ander gedacht: ik hoop dat die eens goed
op zijn gezicht gaat. (lacht) Dat is dan zelfs nog
een braaf voorbeeld. Zelf onderzoek ik graag
hoe mensen omgaan met de pijn uit hun
verleden. Zinnen ze op wraak? Stijgen ze boven
zichzelf uit? Of worden ze net depressief?
De impact van extreme situaties op gewone
mensen, daar ben ik mateloos door
gefascineerd.”
Welke thrillers leest u eigenlijk zelf graag?
“Ik verslind graag psychologische thrillers, die
van Sue Watson heb ik bijvoorbeeld allemaal
gelezen. En ik heb een zwak voor horrorboeken
en griezelige films. Op mijn twaalfde ging ik
stiekem al in mijn eentje naar ‘The Exorcist’
kijken in de cinema. Net als psychologische
thrillers gaan horrorverhalen vaak over onze
grootste, meest diepgewortelde angsten. Weet
je trouwens wat die van mij is? Dat er inbrekers
mijn huis binnendringen, terwijl ik zelf thuis
ben. Het is zelfs zo erg, dat ik een slot op mijn
slaapkamerdeur heb laten installeren. Anders
kan ik ’s nachts echt niet slapen.” (lacht)
Heather Morris vertelt het verhaal van de vergeten verpleegsters
Heather Morris schreef al drie waargebeurde romans over WO II. Voor haar nieuwste boek ‘De vrouwen van het kamp’ diept ze een stukje geschiedenis op dat voor Vlamingen verder van ons bed ligt: de gruwel van de Japanse gevangenenkampen in 1942. Maar voor Heather, die in Australië woont, is het de geschiedenis die zíj op school kreeg.
Heather Morris: “Singapore – dat schuin boven Australië ligt - viel in 1942 in handen van de Japanners. De inwoners, onder wie ook veel Nederlanders, Britten en Australiërs, sloegen op de vlucht maar het schip dat hen naar veiliger oorden moest brengen, werd gebombardeerd. De overlevenden zwommen naar de kust van Indonesië, waar ze jaren gevangen werden gehouden in het beruchte jappenkamp Palembang op Sumatra. We zijn allemaal opgegroeid met die geschiedenis, mijn eigen vader zat er trouwens zelf drieënhalf jaar lang. Maar niemand heeft ons ooit verteld dat er daar ook vrouwen en kinderen zaten. Het is toch zo dat oorlog vaak enkel over mannen lijkt te gaan, nietwaar?”
Je bent gaan graven in de archieven van het Australian War Museum. Wat heb je daar gevonden?
“Ik vond er de verslagen van de verpleegsters die er gevangen hadden gezeten. Zij hadden hun verhaal gedaan bij hun terugkomst in 1945. De Australische autoriteiten wilden hen beschermen en zeiden om te vergeten wat er in die kampen was gebeurd en er nooit over te praten. Hun officiële getuigenissen hebben dus nooit het daglicht gezien.”
Je schreef eerder al drie waargebeurde romans over de concentratiekampen in Auschwitz. Dit gaat over een Japans kamp. Is er een verschil?
“Zeker. De Holocaust draaide om het uitroeien van een heel ras. Iedereen die in dat kamp zat, was gedoemd om te sterven. Dat was nu niet het geval. Maar de Japanners vonden het vernederend om voor vrouwen te moeten zorgen. Zij betekenden niets voor hen. Het is een verhaal van brute onverschilligheid. Bovendien verliep de oorlog niet zoals ze het wilden en dat reageerden ze zich af op hen. Ze hebben er vreselijke dingen meegemaakt.”
Seksueel misbruik bijvoorbeeld, maar ook dat hielden de vrouwen nadien geheim.
“Ik ben er niet te diep op ingegaan in mijn boek omdat het zo pijnlijk was, maar dat klopt. Op dat strand waar ze aanspoelden, werden de verpleegsters allemaal verkracht. Het officiële verslag daarvan wordt niet vrijgegeven, want de wetenschap dat ze misbruikt zijn, maakt het nóg erger voor de achterblijvende familie. Het is een delicate zaak, dat begrijp ik. Er waren vier vrouwen in het kamp die zich opofferden om seks te hebben met de Japanse soldaten zodat de andere vrouwen gerust gelaten werden. Maar alle overlevende vrouwen hebben nadien afgesproken: we zullen nooit vertellen wie die vrouwen waren. Ik vind dat ontzettend ontroerend en respectvol. Een van de Australische verpleegsters werd opgespoord door een Amerikaanse journalist in de jaren 80. Ze zat in een bejaardentehuis en was dement. Hij probeerde haar de namen te ontfutselen, maar zij antwoordde: "Ik weet niet veel meer, ik zal vertellen wat ik kan. Maar die namen zal ik nooit onthullen, nooit.’ Wat een kracht!”
De vrouwen in het kamp vormden een sterke gemeenschap. Eén van de dingen die hen overeind hield, was muziek. Ze zongen samen en dat bracht hoop op de wreedste plek op aarde.
“Ik wist al dat kunst belangrijk is om trauma te overleven, maar ik heb nooit geweten hoe krachtig muziek kon zijn. Het is verbazingwekkend! Ik luisterde tijdens het schrijven elke dag naar één bepaald stuk muziek. Vooral ‘A Land of Hope and Glory’, de originele versie van Vera Lynn, heb ik heel vaak opgezet. Die muziek is zeer opzwepend, je vóélt in elke noot de kracht om de groep op te beuren.”
Dit is je vierde roman op basis van waargebeurde feiten. Komen mensen spontaan hun verhalen vertellen aan je?
“O ja, na elke lezing komen mensen me vragen hun stukje geschiedenis te vertellen. Het gaat altijd om verhalen die om één of andere reden buiten de historische verslagen zijn gehouden. Soms lijkt het alsof ik een soort rabiante feminist ben die altijd over sterke vrouwen wil schrijven, maar dat is niet zo. Het feit is: als ik op verhalen stoot, zoals deze van de vergeten verpleegsters, vind ik het mijn plicht om ze wereldkundig te maken.”
Laatste vraag, Heather. Het gerucht gaat dat je volgende roman te maken heeft met een stukje Vlaamse geschiedenis. Is dat waar?
(lacht) “Kijk, ik heb drie verhalen waaruit ik probeer te kiezen. Eén daarvan heeft inderdaad met jullie te maken. Maar er is er ook eentje dat zich afspeelt op Malta. De overlevenden zijn 101 en 103 jaar. Ik denk dat ik deze zomer toch maar eerst naar daar ga om hun verhaal op te tekenen, ik moet niet meer te lang wachten.”
Auteur Lize Spit en regisseur Veerle Baetens over de verfilming van 'Het smelt'
‘Het smelt’, het weergaloze debuut van Lize Spit over een jeugdige
vriendschap die langzaam ontspoort, werd dit najaar verfilmd door
actrice Veerle Baetens. Wij spraken de twee over de film én het boek:
“Pas toen ik de film zag, dacht ik: wat heb ik mijn lezers in godsnaam
aangedaan?”
Meer dan vijf jaar stond Veerle Baetens elke
dag op met de verfilming van ‘Het smelt’
in haar hoofd en ging ze er ’s avonds mee
slapen. Vijf jaar van schrijven en schrappen
aan het scenario, van de juiste acteurs
zoeken en moeilijke keuzes maken: welke
scènes uit het boek (een turf van bijna
500 pagina’s) moesten zéker in de film en
welke konden sneuvelen? Het Smelt, de
film, kwam er dus niet zonder slag of stoot
maar: het resultaat mag gezien worden. Dat
vindt ook Lize Spit, die de verfilming van
haar roman zo aangrijpend vond dat ze in
de cinema af en toe moest wegkijken.
Herinner je je nog wanneer de verfilming
van je boek voor het eerst ter sprake kwam,
Lize?
Lize Spit: “Ja, ‘Het smelt’ lag nog maar een
week in de winkels, toen ik al telefoon kreeg
van producent Dirk Impens. Hij had mijn
boek als een van de eersten gelezen en zag
meteen dat er een straffe film in zat. Hij
wilde de filmrechten kopen, op voorwaarde
dat ik hem en zijn creatieve team vrij zou
laten voor de verfilming. Ik twijfelde even,
maar toen heb ik hem toch maar mijn zegen
gegeven. De verkoop van mijn roman liep
die eerste weken al zo goed dat ik er gerust
op was dat voldoende mensen mijn versie
van het verhaal zouden lezen. Het kon dus
geen kwaad als de film zou afwijken van
mijn boek. Dirk wist ook al heel snel wie hij
voor de regie wilde: Veerle Baetens.”
Het Smelt is inderdaad jouw regiedebuut,
Veerle. Droomde je er al langer van om ooit
achter de camera te kruipen?
Veerle Baetens: “Toch wel. Toen ik destijds musical
ging studeren aan het Conservatorium, heb ik zelfs
nog even getwijfeld of ik geen regieopleiding zou
volgen. Al heb ik absoluut geen spijt van mijn keuze.
Eerst gezien worden als actrice en dan pas zelf zien
als regisseur voelde voor mij heel logisch aan. Een
paar jaar geleden had ik al eens meegeschreven
aan het scenario van ‘Tabula Rasa’ (de Eén-reeks
waarin Baetens ook de hoofdrol speelde, red.) en
dat smaakte naar meer. Die vraag om ‘Het smelt’
te regisseren kwam dus op het juiste moment op
mijn pad.”
Zag jij ook meteen een straffe film in het boek
van Lize?
Veerle: “Absoluut. Ik vond ‘Het smelt’ een enorm
spannend boek. Als lezer zit je op het puntje van je
stoel te lezen: wat zal er aan het einde met die
mysterieuze blok ijs gebeuren? Daar zag ik me als
regisseur wel een zenuwslopend drama rond
opbouwen.”
‘Het smelt’ is ook een heel aangrijpend boek.
Raakte het bij jou ook een gevoelige snaar?
Veerle: “Ja, als filmmaker ga je sowieso in elk
project op zoek naar iets dat jou persoonlijk raakt.
In Lizes boek werd ik vooral aangegrepen door de
tragedie van Eva. Dat jonge, eenzame meisje met
haar gigantische verlangen om gezien te worden –
en waarvoor ze letterlijk alles overheeft. Dat soort
minderwaardigheidscomplex had ik vroeger ook
een beetje. Ik vond mezelf als puber maar een seut,
terwijl al mijn vriendinnen wel succes leken te
hebben bij de jongens.” (lacht)
Hoe begin je daar eigenlijk aan: een boek van
bijna 500 pagina’s in een film van nog geen
twee uur gieten?
Veerle: “Dat was inderdaad een serieuze uitdaging.
Kijk, als regisseur moet je altijd keuzes maken bij
een verfilming. Alle verhaallijnen, details en sfeerscheppingen
naar het doek vertalen, dat gaat
gewoon niet. In het boek was ik bijvoorbeeld ook
erg ontroerd door de relatie tussen Eva en haar
kleine zusje Tess, die met allerlei angststoornissen
kampt. In de film komt die relatie ook aan bod,
maar veel minder, omdat de focus vooral op Eva
zelf ligt. Ook de prachtige taal en metaforen die
Lize in haar boek gebruikt, kan je onmogelijk recht
aandoen op het witte doek. Een film leent zich bij
uitstek om gebeurtenissen te laten zien, in plaats
van ze in woorden te gieten.”
Heeft Veerle je betrokken bij het maken van
de film, Lize?
Lize: “Toch wel, ik heb van haar verschillende
versies van het scenario mogen lezen én ze stond
altijd open voor mijn feedback. Dat vond ik fijn.
Tegelijk heb ik Veerle altijd op het hart gedrukt
dat Het Smelt haar film was en dat ze dus naar
hartenlust dingen mocht veranderen. Vooral het
einde van haar film wilde ze toch anders dan dat in
mijn boek. Hoopvoller, vooral. Dat begreep ik ook
wel. Mijn boek is heel zwaar en donker, dat kun je in
een film geen twee uur volhouden. Anders loopt je
publiek misschien nog de zaal uit.” (lacht)
Veerle: “Ook op dat vlak is een film inderdaad iets
anders dan een boek. Een roman kan je even
wegleggen als het je als lezer te veel wordt,
maar met een film gaat dat natuurlijk niet.
Ik wilde met Het Smelt ook zeker geen moeilijke
arthousecinema maken, maar een prent die een
breed publiek aanspreekt. Daarom moesten we het
scenario wel iets minder donker maken. Bijvoorbeeld:
in Lizes boek zijn Pim (Tim in de film) en
Laurens, de ‘Musketiers’ met wie Eva als jong meisje
optrekt, al vanaf de eerste bladzijde heel gemeen.
In de film hebben we dat toch anders aangepakt.
Daarin zie je hoe die twee jongens evolueren van
onschuldige kinderen naar iets gevaarlijkers. Geen
van de kinderen in de film is zomaar een slechterik
of pestkop. Ze worstelen allemaal wel met iets – de
scheiding van hun ouders, de dood van een broer,
een afwezige moeder. Ze zitten elk op hun eigen
manier niet goed in hun vel.”
Ben je ook een kijkje durven gaan nemen op
de set, Lize?
Lize: “Ja, een speciale, bijna hartverwarmende
ervaring was dat. Plots stond ik daar midden in een
scène die ik zelf ooit had zitten schrijven, eenzaam
achter mijn bureautje. Het voelde een beetje alsof
ik thuiskwam in mijn eigen boek. De dag dat ik
de set bezocht, werd er net een heftige scène
opgenomen met de jonge acteurs. Hoe Veerle die
kinderen uitdaagde om het beste van zichzelf te
geven voor de camera, maar ze tussen de takes
door ook op hun gemak stelde: daar was ik erg van
onder de indruk.”
Het cliché zegt nochtans dat je in de filmwereld
maar beter niet met kinderen of dieren werkt.
Veerle: “Niets van! Het klopt wel dat je met jonge
acteurs anders moet omgaan dan met oudere,
professionele acteurs. Je moet hen wat meer
begeleiden, meer met hen bezig zijn, zodat ze zich
volledig durven geven. Maar als je daar als regisseur
in slaagt, kunnen er echt prachtige dingen ontstaan
voor je camera.”
De lezers van ‘Het smelt’ herinneren zich vast nog
de gruwelijke climax waarin Eva haar jeugdige
onschuld definitief kwijtraakt. Was dat voor jou
ook de moeilijkste scène om te verfilmen, Veerle?
Veerle: “Tijdens het schrijven hebben we daar
inderdaad lang op zitten kauwen: hoe brengen we
die scène zo sterk mogelijk, maar ook met zoveel
mogelijk respect voor mensen die ooit zelf het
slachtoffer werden van iets soortgelijks?”
In jouw roman is wegkijken alvast geen optie, Lize.
Daar beschrijf je wat Eva overkomt tot in het
kleinste detail.
Lize: “Een bewuste keuze: het hele boek lang zit je
als lezer al mee in het hoofd van Eva, die alles
rondom haar messcherp observeert en beschrijft.
Dan was het toch flauw geweest om, net op dat
belangrijke moment, weg te kijken als schrijver? Ik
wilde net dicht bij Eva blijven, haar niet in de steek
laten. Toch heb ik best veel commentaar gekregen
op die scène. Sommige lezers vonden het hard –
zelfs bijna pervers – dat ik die traumatische gebeurtenis
zo open en bloot beschreef. Maar ik vind het
net pervers dat we bij zulke gewelddadige scènes
geleerd hebben om weg te kijken. Zeker als het om
vrouwen gaat.”
Veerle: “Ook in de film wilden we tijdens die
sleutelscène zo dicht mogelijk bij Eva blijven. Het is
ook een van de weinige scènes waarvoor ik ben
gaan polsen in mijn omgeving: ‘Wat vind jij ervan?
Is het te hard? Niet hard genoeg?’ Ik wilde precies
aftasten hoe ondraaglijk ik ze kon maken, zonder
dat mijn publiek zou afhaken.”
Lize: “Je mag een publiek ook niet onderschatten,
denk ik. Er zullen vast veel vrouwelijke kijkers zijn
die het net waarderen dat je dat geweld eens recht
in de ogen hebt gekeken.”
Ben je als schrijver destijds niet heel diep moeten
gaan voor die scène, Lize?
Lize: “Het was inderdaad best pijnlijk om dat zo in
detail neer te pennen. Tijdens het schrijven word je
als het ware even je personage. Om dat personage
dan aan zoiets gruwelijks te onderwerpen, is
eigenlijk een vorm van zelfkastijding. Tegelijk
koppel je je als schrijver ook los. Als ik achter mijn
bureau zit, zit ik niet de hele tijd te denken: wat
vind ik hier nu zelf van? Ik schrijf in een staat van
verdoving, waardoor ik zelf niet altijd doorheb
hoever ik aan het gaan ben.”
Veerle: “Daar schrok je tijdens de opnames ook van:
‘Wow, wat een heftige scène is me dat hier?’ Terwijl
jij degene was die ze had verzonnen.”
Lize: (knikt) “Pas toen ik sommige scènes in de film
tot leven zag komen, dacht ik: wat heb ik mijn lezers
in godsnaam aangedaan? Ik heb soms letterlijk
tussen mijn vingers door naar het scherm zitten
kijken, zo hard kwam het allemaal binnen. Ik vind
vooral dat Veerle de vreselijke, verlammende
eenzaamheid van Eva goed in beeld heeft
gebracht. Er is een scène die niet in het boek zat
maar wel in de film, waarin de jonge Eva wordt
afgewezen door haar moeder. Elke keer als ik die
scène zie, moet ik huilen … Zo hartverscheurend
vind ik ze. Ze vat ook precies wat ik in mijn boek
heb proberen te beschrijven.”
Hoe blik je nu, na al die jaren, terug op je debuut,
Lize? ‘Het smelt’ maakte van jou in één klap een
literaire ster hier in Vlaanderen.
Lize: “Als ik er nu op terugkijk, besef ik dat ik ‘Het
smelt’ vanuit een héél donkere plek in mezelf heb
geschreven. In zekere zin heeft dat boek dan ook
mijn leven gered. Ik móést dat verhaal gewoon
neerschrijven, moest het uit mijn systeem krijgen.
Ik denk tegelijk niet dat ik het vandaag nog zou
kunnen schrijven. Ondertussen ben ik milder
geworden en heb ik een aantal dingen uit mijn
eigen verleden beter verwerkt. Dat ‘Het smelt’ dan
ook nog eens meteen zoveel waardering kreeg, van
critici én van lezers, daar ben ik nog altijd dankbaar
voor. Ik had nooit gedacht dat mijn verhaal zo
herkenbaar zou zijn voor lezers. Uit die enthousiaste
bijval put ik nog altijd veel troost. En
vertrouwen: als alles goed gaat, komt volgend jaar
mijn nieuwe boek uit.”
En jij, Veerle, hoe blik jij terug op jouw debuut in de
regiestoel?
Veerle: “Het was een heftig traject, maar eerlijk: het
smaakte zeker naar meer. Ik ben zelfs al bezig aan
mijn volgende regieproject, maar veel kan ik daar
nog niet over zeggen …”
We zijn benieuwd. Bedankt voor het gesprek!
"Seksueel geweld is als moord. De persoon die je was, komt nooit terug." - Karin Slaughter
Publiekslieveling Karin Slaughter was in juni nog te gast bij Standaard Boekhandel
in Vlaanderen. Haar ‘Na die nacht’ zou de hele zomer in de top 10 staan, en as we
speak zit de Queen of Crime in haar schrijvershuis te broeden op een volgend
boek. En jawel, dat wordt opnieuw een Will Trent-thriller!
Karin, je schrijft in een huis ver weg van
alles en iedereen, van zonsopgang tot
zonsondergang. Kan dat niet
comfortabeler?
Karin Slaughter: (lacht) “Ja, het is zo stom.
Dat komt nog van vóór schrijven mijn
fulltimejob was. Ik stond toen om vijf uur
op, schreef enkele uren en moest dan naar
mijn werk. En zodra ik weer thuiskwam,
schreef ik verder. In het weekend blééf ik
schrijven. Die job heb ik niet meer nodig,
maar de routine is gebleven: gedurende een
paar weken ben ik tot zestien uur per dag
volledig gefocust op het verhaal. Nu ik
ouder ben, voel ik wel dat mijn lichaam de
tol betaalt voor dat lange zitten. Maar ach,
het is nu eenmaal hoe ik het doe.”
Je bent opnieuw bezig aan een Will Trent.
Hoe beslis je of een boek een standalone
wordt of een deel van de reeks?
”Dat hangt af van het verhaal. Als ik een idee
heb voor Will en Sarah, wil ik zeker zijn dat
het geweldig is. Natuurlijk wil ik nooit een
slecht boek schrijven, maar zéker geen
slechte Will en Sarah (lacht). Dat zou een
belediging zijn voor mijn lezers. Alles moet
juist zitten. Ze zijn tegenwoordig behoorlijk
gelukkig in hun relatie, en dat is moeilijk.
Het is veel makkelijker om te schrijven over
mensen die ruziemaken en uit elkaar gaan.
Maar Will en Sarah hebben het goed samen:
ik moet daar respect voor hebben.”
In ‘Na die nacht’ keer je terug naar Sarahs
verleden, een verkrachting jaren geleden.
Zelden las ik zo’n aangrijpende thriller.
“Omdat vrouwen in de VS zoveel rechten
op hun lichamelijke autonomie zijn
kwijtgespeeld, wilde ik via Sarah schrijven
over seksueel geweld en hoe het je hele
leven beïnvloedt, en ook dat van de mensen
om je heen. Verkrachting is als een moord,
want de persoon die je voordien was komt
nooit meer terug. Die onbezorgdheid is voor
altijd weg. Daar komt ook de titel van het
boek vandaan, want na die nacht was alles
voor Sarah anders.”
Je maakt er een universeel verhaal van,
zegt tegen iedereen die het heeft
meegemaakt: jou treft geen schuld.
“We moeten stoppen met vrouwen te
zeggen dat ze maar geen korte rok moesten
dragen, en beginnen met mannen te zeggen
dat ze niet moeten verkrachten. Weet je, ik
vertel geen sprookjes waarin de man de
vrouw komt redden. Ik schrijf over vrouwen
en hun kracht. Verhalen van geweld zijn
altijd complex, maar het gebeurt te vaak en
dat is verschrikkelijk. Met mijn boeken hoop
ik vrouwen een taal te geven om erover te
praten.”
"Ik ben blij dat 'WIL' me pas op latere leeftijd is overkomen." - Jeroen Olyslaegers
‘WIL’, de oorlogsroman die in 2016 de Vlaamse literatuur volledig op haar
kop zette, werd dit jaar eindelijk verfilmd. Het publiek was alvast diep onder
de indruk: wat een mokerslag van een film. Benieuwd of Jeroen Olyslaegers
daar ook zo over denkt.
De film werd bedolven onder de lovende
reacties. Wat vond u er zelf van?
Jeroen Olyslaegers: “Eerlijk: ik vond het een
rollercoaster van een film. De eerste keer
dat ik hem zag, ben ik emotioneel helemaal
onderuitgegaan. De tranen liepen over mijn
wangen. In het begin schaamde ik me daar
een beetje voor. Was het niet narcistisch,
om zo ontroerd te raken door mijn eigen
materiaal? Tot ik besefte dat die tranen
meer te maken hadden met een soort
flashback: door de film te bekijken, werd ik
teruggekatapulteerd naar de periode waarin
ik zelf aan ‘WIL’ schreef. Dat was zo’n
emotionele, diepgaande ervaring, die ik in
de cinemazaal even helemaal opnieuw
beleefde.”
Was u destijds meteen te vinden voor een
verfilming van ‘WIL’?
“Aanvankelijk was ik toch op mijn hoede. Als
ik nog maar het vermoeden kreeg dat de
makers snel wat geld wilden verdienen aan
mijn boek, zou ik meteen ‘nee’ zeggen.
Gelukkig had ik dat gevoel bij Tim (Mielants,
de regisseur, red.) en de andere makers
totaal niet. Integendeel, ik zag meteen het
vuur in hun ogen, de goesting om er
volledig voor te gaan. (lachje) Dat moet ook,
als je in ons land een film wilt maken.”
Hoe vreemd is het om als schrijver je personages
tot leven te zien komen op het grote
scherm?
“Langs de ene kant is zo’n verfilming
inderdaad heel bevreemdend, omdat het
een gigantische machinerie in gang zet: dat
budget, die sets, die Hollywoodachtige
cinematografie ... Als schrijver sta je daar
een beetje verdwaasd naar te kijken. Maar
langs de andere kant voelde het voor mij
ook intiem aan, omdat ik Tim Mielants als
een artistieke vriend beschouw. Tim en ik
delen een fascinatie voor dezelfde thema’s.
Zo zijn we allebei heel erg bezig met wat het
nu precies betekent om man te zijn. Het valt
me telkens weer op dat mannen in staat zijn
tot de wreedste dingen, om toch maar bij de
groep te horen. Dat thema speelt een
prominente rol in ‘WIL’ én ook in de andere
films van Tim.”
In hoeverre wijkt de film af van uw boek?
“Het zijn toch twee verschillende dingen.
De film is opgebouwd als een echte thriller,
die de kijker meetrekt in een verschrikkelijke
nachtmerrie. Dat thrillerelement is veel
minder aanwezig in mijn boek. Maar: de
morele confrontatie, die de gloeiende kern
van de film vormt, lijkt wel heel erg op het
dilemma dat ik in mijn boek poneer. Kijk, ik
heb ‘WIL’ nadrukkelijk geschreven om een
groot publiek te bereiken, maar níét om
dat publiek te behagen. Ik wou de lezer
dwingen om eens goed na te denken: ‘Wat
zou jij hebben gedaan in de plaats van Wilfried?’
Die prangende kwestie zit ook in
de film, alleen is het verhaal errond totaal
anders opgebouwd. In mijn boek trek ik de
lezer langzaam mee, terwijl de film je
binnen de twee uur te grazen neemt, om je
daarna beduusd de cinema uit te sturen.”
Hoe kijkt u nu, zeven jaar na de publicatie,
terug op het reusachtige succes van ‘WIL’?
“Eigenlijk ben ik blij dat dat succes me pas
op latere leeftijd is overkomen. Die periode
was bij momenten zo heftig. Al was ik
natuurlijk ook dolgelukkig dat zoveel
mensen mijn boek meteen in de armen
sloten.”
Heeft het succes u ook iets over uzelf
geleerd?
“Het heeft me wel doen inzien hoeveel
belang ik hecht aan mijn publiek. Tegen een
publiek kan je als auteur – of acteur of
muzikant – niet liegen, want ze ruiken het
meteen als je niet oprecht bent. Maar als ze
merken dat je de lat hoog legt én je slaagt
ook nog in je opzet, dan zijn ze je voor
eeuwig dankbaar. Dat is me bij ‘WIL’
overkomen: ik vond een publiek dat me
dankbaar was voor wat ik gemaakt had,
waardoor mijn zelfvertrouwen een enorme
boost kreeg. Die steun stuwt me nog altijd
vooruit, doet me nog groter dromen en
dieper graven als schrijver. Voor ‘WIL’ ben ik
voor het eerst all the way gegaan. Sinds dat
succes ben ik vastbesloten om alleen nog
maar verhalen te schrijven waarbij de lat
hoog ligt. Héél hoog.”
Ana Huang, bekend van de #BookTok-sensatie 'Twisted'
Haar ‘Twisted’-boeken vliegen bij ons de deur uit en dat is niet verwonderlijk. Een
flinke snuif romantiek, een stevige shot mannelijk schoon en een sterke heldin:
ziedaar de onweerstaanbare, verslavende mix van haar bestsellers. Ook op TikTok
scheert de Amerikaanse met Chinese roots hoge toppen.
Hoe zou je zelf het genre van je
‘Twisted’-serie omschrijven?
Ana Huang: “Mijn boeken zijn niet zo
makkelijk te categoriseren. Is het dark
romance? Of toch contemporary romcom?
Volgens mij zijn ze een mix van die twee. Ik
schrijf romantische verhalen, maar met een
donker tintje. Als je van romcoms houdt,
maar eens iets gevaarlijkers wil lezen, zijn ze
zeker iets voor jou.”
Welk personage uit je serie leunt het
dichtst bij jezelf aan?
“Da’s ongetwijfeld Stella uit ‘Twisted Lies’.
We zijn allebei introverte types en delen
dezelfde angsten en onzekerheden. Helaas
wacht ik zelf nog altijd op mijn droomvent,
mijn eigen Christian Harper. (lacht) Weet je,
over personages schrijven is een veilige
manier om als auteur je eigen gevoelens
onder de loep te nemen. Soms voelt het
bijna als therapie aan.”
Welke YA-boeken las je zelf de voorbije
maanden?
“‘Fourth Wing’ van Rebecca Yarros vond ik
hartverscheurend mooi. Ik ben ook dol op
fantasyverhalen, zoals ‘Once Upon A Broken
Heart’ van Stephanie Garber.”
Je bent enorm populair op #BookTok. Wat
vind je zelf van die boekenhype op TikTok?
“Ik vind het fascinerend. Mond-tot-mondreclame
is altijd belangrijk geweest om van
een boek een succes te maken. #BookTok is
ook mond-tot-mondreclame, maar dan op
een gigantische schaal. Vooral romantische
boeken krijgen dankzij TikTok eindelijk de
aandacht die ze verdienen, maar eigenlijk
hebben sociale media boeken in het
algemeen weer cool gemaakt. Toen ik
jonger was, was lezen toch vooral iets voor
verlegen, onzekere nerds zoals ikzelf. (lacht)”
Gebruik je sociale media ook om het
contact met je fans te onderhouden?
“Zeker. In het begin maakte ik er een punt
van om op elk bericht te reageren, maar dat
hield ik gewoon niet vol. Af en toe moet ik
me ook afschermen van al die input van
buitenaf en gewoon naar mijn eigen stem
luisteren. Als ik te veel met de mening van
anderen bezig ben, kan dat me een beetje
verlammen als schrijver.”
Zijn er nog genres of tropes (typische
plotelementen, red.) die je graag in een
boek wil verwerken?
“In mijn nieuwste boek, ‘King of Greed’, heb
ik me voor het eerst aan de marriage-incrisis-
trope gewaagd. Superleuk! Stiekem
wil ik ooit ook een fantasyboek schrijven,
omdat ik dat genre zelf zo graag lees.”